- Binnen 24 uur in huisBesteld voor 14:00
- Veilig betaleniDEAL, Apple Pay, Credit card
- Door kraamzorg aanbevolen450+ verloskundigen
- Duurzaam verpaktCO₂-neutraal bezorgd

onze belofte
Wij zorgen voor het kleine spul. Jij voor de grote momenten.
Sinds 1992 helpt Natalis ouders, kraamverzorgenden en verloskundigen in heel Nederland. We selecteren elk product alsof het voor onze eigen baby is — zacht, veilig, en stiekem ook gewoon mooi.
bestsellers van deze maand
Door ouders gekozen.
Blogs
Voor de eerste maanden — en daarna.
Thuis bevallen: zo bereid je je met een gerust hart voor
Bevallen in je eigen bed, met je eigen spullen om je heen en je verloskundige aan je zijde. Voor veel aanstaande moeders klinkt dat als een fijn vooruitzicht. Maar misschien betrap je jezelf ook op twijfels. Mag ik eigenlijk thuis bevallen? Is het veilig, zeker bij een eerste kindje? En wat als er toch iets gebeurt? Die vragen zijn heel normaal, zeker als je voor het eerst zwanger bent. In dit artikel zetten we rustig op een rij aan welke voorwaarden je moet voldoen, hoe je verloskundige de veiligheid bewaakt en wat je in huis haalt. Geen bangmakerij en geen vage adviezen, gewoon duidelijke informatie waar je iets aan hebt. Bevallen in je eigen vertrouwde omgeving Nederland is 1 van de weinige landen waar thuis bevallen een volwaardig onderdeel is van de geboortezorg. Verloopt je zwangerschap gezond en zonder verhoogd risico? Dan kies je zelf waar je bevalt: thuis, in een geboortecentrum of poliklinisch in het ziekenhuis. In alle gevallen begeleidt je eigen verloskundige de bevalling. Volgens de landelijke geboortecijfers van Perined bevalt ongeveer 13% van de Nederlandse vrouwen thuis. Je bent dus zeker niet de enige die erover nadenkt. De voorwaarden voor een thuisbevalling Of je thuis kunt bevallen, hangt vooral af van hoe je zwangerschap verloopt. Je verloskundige houdt dit bij elke controle in de gaten en bespreekt met je wat er kan. De belangrijkste voorwaarden op een rij: Je zwangerschap verloopt gezond en zonder verhoogd risico op complicaties. Je staat dan onder begeleiding van je eigen verloskundige, niet van een gynaecoloog. Je bevalt tussen 37 en 42 weken zwangerschap. Voor die tijd is de baby te vroeg, daarna is extra bewaking in het ziekenhuis nodig. Er is geen medische reden om in het ziekenhuis te bevallen, zoals een hoge bloeddruk, een tweeling of een baby in stuitligging. Je huis is praktisch geschikt: er is een goed bereikbare, verwarmde ruimte om te bevallen en je bed kan op hoogte worden gezet. Twijfel je of jouw situatie geschikt is? Bespreek het met je verloskundige. Zij kent jouw zwangerschap en denkt met je mee. En de knoop hoeft niet vroeg door: bij een gezonde zwangerschap mag je vaak tot het begin van de bevalling kiezen waar je wilt bevallen. Zo veilig is thuis bevallen Is thuis bevallen wel veilig, zonder ziekenhuis binnen handbereik? Het is de vraag die bijna elke aanstaande moeder zichzelf stelt. Het antwoord stelt gerust: bij een gezonde zwangerschap is thuis bevallen volgens de beroepsorganisatie van verloskundigen (KNOV) even veilig als een poliklinische bevalling of een bevalling in een geboortecentrum. Nederlandse verloskundigen zijn goed opgeleid om thuis een bevalling te begeleiden en om in te grijpen als dat nodig is. Ze nemen bovendien medische materialen mee voor als er onverwacht iets gebeurt. Je verloskundige bewaakt tijdens de hele bevalling hoe het met jou en je baby gaat. Gaat iets niet zoals verwacht? Dan verwijst ze je op tijd door naar het ziekenhuis. Meestal gebeurt dat rustig, met eigen vervoer. Slechts bij zo'n 3 op de 100 vrouwen is er spoed en gaat de rit per ambulance. Thuis heb je bovendien minder kans op medische ingrepen (zoals weeënopwekkers of een kunstverlossing) en loop je minder risico op infecties dan in het ziekenhuis. Deze mensen staan om je heen tijdens de bevalling Bij een thuisbevalling ben je nooit alleen. Je verloskundige begeleidt de bevalling van begin tot eind en houdt jou en je baby nauwlettend in de gaten. Zodra de bevalling vordert, komt er een kraamverzorgende bij. Zij assisteert de verloskundige, ondersteunt jou en blijft na de geboorte nog enkele uren om jou en je baby te verzorgen en op te ruimen. En natuurlijk is je partner of een andere vertrouwde persoon erbij. Geen bezoektijden, geen vreemde gezichten. Deze 1-op-1-begeleiding noemen veel moeders achteraf een van de fijnste kanten van thuis bevallen. Alsnog naar het ziekenhuis? Meestal is er geen spoed Veel vrouwen zijn bang dat een overplaatsing naar het ziekenhuis betekent dat er iets ernstig mis is. Gelukkig ligt dat anders. Volgens cijfers van de KNOV worden bij een eerste bevalling ruim 6 op de 10 vrouwen (63,2%) tijdens de bevalling alsnog verwezen naar het ziekenhuis. Dat klinkt schrikbarend, maar in verreweg de meeste gevallen is er geen enkele spoed. Vaak gaat het om een wens voor medicinale pijnstilling, een bevalling die langzamer vordert of vruchtwater dat niet helemaal helder is. Je rijdt dan gewoon rustig met eigen vervoer naar het ziekenhuis, en je verloskundige gaat met je mee. Bij een volgend kind is die kans een stuk kleiner. En goed om te onthouden: een overplaatsing is geen mislukte thuisbevalling. Het laat juist zien hoe het Nederlandse systeem werkt. Je begint waar jij je prettig voelt, en zodra er meer zorg nodig is, ben je snel op de juiste plek. De voordelen en nadelen op een rij Wat voor de 1 een voordeel is, kan voor de ander juist een nadeel zijn. Zet daarom voor jezelf op een rij wat jij belangrijk vindt. Voordelen van thuis bevallen Je bevalt in je eigen vertrouwde omgeving en houdt zelf de regie: je eigen muziek, je eigen douche en je eigen bed. Dat helpt je te ontspannen, en ontspanning helpt je weeën goed door te zetten. Je hoeft niet met weeën in de auto: de verloskundige komt naar jou. Je hebt thuis minder kans op medische ingrepen en op infecties. Na de bevalling stap je zo je eigen schone bed in, met je baby naast je. Een thuisbevalling wordt volledig vergoed vanuit de basisverzekering, zonder eigen bijdrage. Nadelen van thuis bevallen Medicinale pijnstilling, zoals een ruggenprik, is thuis niet mogelijk. Wil je die tijdens de bevalling toch, dan ga je alsnog naar het ziekenhuis. Er is een kans dat je tijdens de bevalling moet verplaatsen, en dat is niet het fijnste moment om in de auto te stappen. Je moet je huis voorbereiden, met onder andere een verhoogd bed en een complete uitrusting aan kraamartikelen. Dit zet je klaar voor een thuisbevalling Een goede voorbereiding geeft rust. Voor jezelf, en voor de zorgverleners die je komen helpen. Zorg dat je uiterlijk bij 37 weken alles in huis hebt. De basis is een compleet kraampakket, met daarin onder andere een matrasbeschermer, celstof onderleggers, kraamverband, navelklemmetjes en desinfecterende zeep. Ben je aanvullend verzekerd? Dan krijg je het kraampakket meestal rond week 30 thuisgestuurd via je zorgverzekeraar. Natalis werkt als partner van alle Nederlandse zorgverzekeraars, dus grote kans dat jouw pakket bij ons vandaan komt. Krijg je geen pakket vergoed of wil je aanvullen, dan stel je het eenvoudig zelf samen. Kijk daarvoor ook eens op onze baby uitzetlijst, zodat je in 1 keer alles voor de bevalling en de eerste weken in huis hebt. Naast het kraampakket regel je nog een paar praktische zaken: Zet je bed vanaf week 37 op klossen of bedverhogers, tot een hoogte van ongeveer 80 centimeter. Zo kunnen de verloskundige en kraamverzorgende goed bij je werken. Zorg dat de kamer waar je bevalt goed te verwarmen is tot ongeveer 23 graden. Een pasgeboren baby koelt snel af. Leg 2 kruiken klaar en controleer of ze niet lekken. Leen een po of ondersteek bij de thuiszorgwinkel, voor als lopen naar het toilet nog niet lukt. Zorg voor goede verlichting bij het bed, bijvoorbeeld een verplaatsbare lamp. Zet vanaf week 37 een ziekenhuistas klaar met kleding, toiletspullen en kleertjes voor de baby, voor het geval je tijdens de bevalling alsnog naar het ziekenhuis gaat. Kom je er vlak voor de bevalling achter dat er nog iets mist? Bestel je op werkdagen voor 14:00 uur bij Natalis, dan wordt je bestelling dezelfde dag nog verzonden. En twijfel je wat je precies nodig hebt? Onze klantenservice denkt graag persoonlijk met je mee. Na de bevalling begint de kraamtijd Is je baby geboren, dan breekt de kraamtijd aan. De kraamverzorgende komt de eerste 8 dagen bij je thuis om jou en je baby te verzorgen, en je verloskundige komt de eerste 10 dagen een aantal keer langs om te kijken hoe het gaat. Gun jezelf in deze periode vooral rust. Je lichaam heeft een topprestatie geleverd en heeft tijd nodig om te herstellen. Benieuwd wat je kunt verwachten in de weken na de geboorte? Lees dan ook ons artikel over herstellen na de bevalling. Veelgestelde vragen over thuis bevallen Hoe groot is de kans dat je thuis kunt bevallen? Dat hangt af van je zwangerschap. Verloopt die gezond en zonder verhoogd risico, dan mag je in principe thuis bevallen. Je verloskundige beoordeelt gedurende je hele zwangerschap of dat voor jou een veilige optie is en blijft. Hoeveel procent van de thuisbevallingen eindigt alsnog in het ziekenhuis? Bij een eerste bevalling worden ruim 6 op de 10 vrouwen (63,2%) tijdens de bevalling alsnog verwezen naar het ziekenhuis, bij een volgend kind is dat aanzienlijk minder. In de meeste gevallen is er geen spoed: slechts ongeveer 3 op de 100 vrouwen gaan met de ambulance. De meest voorkomende redenen zijn een wens voor pijnstilling of een bevalling die niet vlot genoeg vordert. Wat is de 5-5-5-regel na de bevalling? De 5-5-5-regel is een vuistregel voor rust in de kraamtijd: 5 dagen in bed, 5 dagen op bed en 5 dagen rond het bed. De eerste 5 dagen blijf je zoveel mogelijk liggen, daarna zit je vaker rechtop en beweeg je rustig door het huis, en in de derde fase bouw je je activiteiten langzaam op. Het is geen officiële medische richtlijn, maar een handig geheugensteuntje om jezelf de rust te gunnen die je lichaam nodig heeft om te herstellen. Waarom kiezen vrouwen bewust voor een thuisbevalling? De thuisbevalling staat de laatste jaren opnieuw in de belangstelling. Steeds meer vrouwen hechten waarde aan eigen regie, een vertrouwde omgeving en persoonlijke begeleiding door hun eigen verloskundige. Ook tijdens de coronaperiode kozen tijdelijk meer vrouwen voor een bevalling thuis. Landelijk schommelt het percentage thuisbevallingen al enkele jaren rond de 13%, waarmee Nederland internationaal nog altijd koploper is.
Lees verder
Veilig slapen: zo leg je je baby met een gerust hart te slapen
Er ligt ineens een piepklein mensje in huis dat dag en nacht van jou afhankelijk is. Misschien heb je maandenlang alles uitgezocht, of voelt het alsof alles je een beetje overvalt. Juist de nacht kan spannend aanvoelen. Vragen als ‘slaapt hij wel veilig?’, ‘doe ik het goed?’ en ‘wat als er iets gebeurt terwijl ik zelf lig te slapen?’ horen daarbij, zeker bij een eerste kindje. Die twijfel is begrijpelijk, én met een paar duidelijke gewoontes goed weg te nemen. Veilig slapen draait namelijk om een handvol heldere, goed onderbouwde adviezen. Je hoeft geen expert te worden en je hoeft niets ingewikkelds aan te schaffen. Nederland heeft volgens VeiligheidNL een van de laagste cijfers voor wiegendood ter wereld, juist doordat ouders deze adviezen kennen en toepassen. In dit artikel lees je hoe veilig slapen werkt, wat je baby precies nodig heeft en welke keuzes je zelf kunt maken, zodat je straks met een gerust hart de deur van de babykamer achter je dichttrekt. Wat je zelf in de hand hebt Veilig slapen draait om alles wat de kans op wiegendood zo klein mogelijk maakt. Over de precieze oorzaak is nog veel onbekend, maar je hebt zelf veel invloed op de omstandigheden die het risico verkleinen. En dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. VeiligheidNL vatte de belangrijkste adviezen samen in de 4 van Veilig Slapen: op de rug, in een eigen bedje, in een slaapzak en in een leeg bedje. Dat deze eenvoudige adviezen echt verschil maken, blijkt ook uit de cijfers. Halverwege de jaren tachtig overleden in Nederland jaarlijks nog ruim 200 baby’s aan wiegendood. Nadat het advies kwam om baby’s op hun rug te laten slapen, daalde dat aantal sterk naar gemiddeld ongeveer 25 per jaar. De 4 van Veilig Slapen vormen daarom de rode draad van dit artikel. Altijd op de rug, vanaf de eerste nacht De allerbelangrijkste regel is meteen ook de makkelijkste: leg je baby altijd op zijn rug te slapen, vanaf de eerste nacht. Op zijn rug kan je baby het best ademhalen en zichzelf wakker maken als dat nodig is. Slapen op de buik geeft volgens VeiligheidNL een 4 tot 5 keer zo grote kans op wiegendood, en dat geldt voor de nacht net zo goed als voor het dutje overdag. Ook op de zij leggen wordt afgeraden, omdat je baby vanuit die houding makkelijk doorrolt naar zijn buik. Veel ouders schrikken van het idee dat hun baby op zijn rug ligt op het moment dat hij spuugt. Toch is juist die houding veilig. Op zijn rug kan je baby spuug prima wegslikken of ophoesten, en zijn gezichtje blijft vrij. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je kindje zich verslikt als het spuugt. Een plat hoofdje voorkom je makkelijker dan je denkt Een van de meest gehoorde zorgen is dat een baby een plat of scheef hoofdje krijgt van het rugslapen. Dat kan gebeuren, maar het is meestal tijdelijk en medisch gezien onschuldig, en je kunt het bovendien goed voorkomen. Leg je baby de ene keer met het hoofdje naar links en de andere keer naar rechts. Wissel bij het voeden van kant of van arm, en draai af en toe het bedje om, zodat het licht en de geluiden van de andere kant komen. Laat je baby overdag, als hij wakker is en jij erbij bent, ook regelmatig op zijn buik spelen. Dat is goed voor zijn spieren en houdt het hoofdje mooi rond. Het risico op een voorkeurshouding is het grootst in de eerste 4 maanden, dus juist dan is afwisselen belangrijk. Blijft je baby met het hoofdje steeds dezelfde kant op liggen, overleg dan met je consultatiebureau. Wat beter uit het bedje blijft Minstens zo belangrijk als wat je doet, is wat je weglaat uit het bedje. Een baby heeft namelijk verrassend weinig nodig om veilig te slapen, en de grootste risico’s schuilen juist in spullen die het bedje gezellig of comfortabel moeten maken. Houd daarom uit het bedje: losse dekens en dekbedden, hoofdkussens, grote knuffels, babynestjes, zijligkussens, hoofdbeschermers en zogeheten positioneringskussens. Ze ogen veilig en worden volop verkocht, maar je baby kan er met zijn gezichtje tegenaan komen te liggen en dan niet goed meer ademhalen. Een leeg bedje is een veilig bedje. Kies daarnaast een stevig, goed passend matras zonder kieren langs de randen, en gebruik geen waterbed of andere zachte ondergrond. Ook warmte is een risico, want een baby die het te warm heeft, wordt minder makkelijk wakker. Zet het bedje daarom niet pal naast de verwarming of onder een zonnig raam, en pak je baby bij koorts niet extra warm in. Een vuistregel: voelen de voetjes warm aan, dan heeft je baby het niet te koud. Voelt hij bezweet aan, dan heeft hij het te warm. Een slaapzak in plaats van losse dekens Wat gebruik je dan wel, nu de losse dekens uit bed gaan? Een babyslaapzak is het veiligste beddengoed dat er is. Je baby kan er niet met zijn gezichtje onder schuiven, zoals bij een los dekentje wel kan, en zijn gezicht blijft altijd vrij. Zodra je baby wat beweeglijker wordt, en dat is vaak al binnen een paar weken, is een slaapzak de fijnste keuze. Let er wel op dat de slaapzak goed past. Zijn de armsgaten of de halsopening te groot, dan kan je baby naar binnen glijden, en dat is gevaarlijk. Kies verder een slaapzak die past bij het seizoen en bij de temperatuur van de kamer. Hoe warm een slaapzak is, lees je af aan de TOG-waarde. In dit artikel over de juiste slaapzak en TOG-waarde helpen we je die warmte af te stemmen op de kamer, zodat je baby het niet te warm en niet te koud heeft. Heb je toch behoefte aan een dekentje? Gebruik dan een dun laken of dekentje, kort en stevig ingestopt, met de voetjes van je baby bijna tegen het voeteneinde. Dicht bij jou, maar in een eigen bedje De vraag waar je baby het beste kan slapen, houdt bijna elke nieuwe ouder bezig. Het antwoord van de landelijke richtlijn Preventie Wiegendood is helder: in een eigen bedje of wieg, maar wel bij jou op de slaapkamer. Die combinatie van dichtbij én toch apart is het veiligst. Dat je baby dezelfde kamer deelt, verlaagt de kans op wiegendood, terwijl een eigen bedje voorkomt dat hij bekneld raakt of het te warm krijgt. Zet het bedje de eerste 6 maanden zo dicht mogelijk bij je eigen bed. Past dat niet, of wil je je baby ’s nachts makkelijk kunnen voeden en troosten? Dan is een aanschuifbedje of co-sleeper een fijne, veilige oplossing: de zijkant kun je laten zakken, zodat je kindje binnen handbereik ligt zonder dat jullie hetzelfde matras delen. Mag je baby bij je in bed? Bijna iedere ouder valt weleens met de baby in slaap tijdens een nachtvoeding, hoe voorzichtig je ook bent. Daarom is het goed om te weten hoe het precies zit. Samen in 1 bed slapen verhoogt het risico op wiegendood, vooral in de eerste 4 maanden. Bij ouders die roken geldt dat zelfs tot 6 maanden. Borstvoeding verlaagt het risico op wiegendood juist, maar in de eerste maanden weegt dat niet op tegen het risico van samen in bed slapen. Het advies is daarom om je baby na de voeding weer terug te leggen in het eigen bedje. In een aantal situaties is samen slapen echt af te raden. Val nooit met je baby in slaap op de bank of in een stoel, want dat is veruit het gevaarlijkst: je kindje kan klem komen te zitten tussen de kussens. Neem je baby ook niet bij je in bed als je hebt gedronken, medicijnen of drugs hebt gebruikt, of als je zo moe bent dat je niet goed wakker wordt. Datzelfde geldt als je baby te vroeg of met een laag geboortegewicht ter wereld kwam. Wil je de nabijheid van samen slapen zonder de risico’s? Dan is een co-sleeper de beste oplossing. White noise: fijn hulpmiddel of onnodig risico? Misschien heb je gehoord dat white noise, dat constante ruisende geluid, baby’s helpt slapen. Voor sommige ouders werkt het prettig, maar er zijn goede redenen om er voorzichtig mee te zijn. Er is weinig wetenschappelijk bewijs dat white noise echt beter doet slapen, en het gehoor van een baby is nog kwetsbaar. Staat het geluid te hard of te dicht bij het bedje, dan kan het het gehoor beschadigen. De Consumentenbond raadt daarom aan om voorzichtig te zijn: gebruik het niet meteen vanaf de geboorte, en zet een apparaat nooit in het bedje zelf. Wil je het toch gebruiken? Houd het volume laag, denk aan het geluid van een lopende douche, en zet het uit zodra je baby slaapt. Voor veel baby’s werkt een vast, rustig slaapritueel net zo goed, en dat kost niets. Zo maak je het bedje slaapklaar Wil je in één oogopslag zien of alles klopt? Loop dan dit lijstje langs voordat je je baby neerlegt: · Je baby ligt op zijn rug. · Het bedje staat de eerste 6 maanden bij jou op de slaapkamer. · Het matras is stevig en past precies, zonder kieren. · Er liggen geen losse dekens, kussens, knuffels of nestjes in bed. · Je baby draagt een goed passende slaapzak in plaats van een dekbed. · De kamer is niet te warm, en het bedje staat niet naast de verwarming of onder een raam. · Er wordt niet gerookt in huis of in de buurt van je baby. Met een gerust hart de nacht in Veilig slapen klinkt als een lange lijst, maar in de praktijk zijn het een paar rustige gewoontes die al snel vanzelf gaan. Loop je de checklist hierboven af, dan doe je het goed, en mag je jezelf die knagende twijfel besparen. Twijfel je over de inrichting van het bedje of over de juiste slaapzak voor het seizoen? Dan hoef je het niet alleen uit te zoeken. Onze baby- en kraamartikelen kiezen we zorgvuldig uit op veiligheid en comfort, je krijgt persoonlijk advies van echte mensen in plaats van een chatbot, en als partner van alle Nederlandse zorgverzekeraars zijn we al sinds 1992 een vertrouwd adres in de kraamzorg. Bestel je op een werkdag vóór 14:00 uur, dan gaat je pakket diezelfde dag nog de deur uit, zodat je het bedje van je kleintje snel én met een gerust hart slaapklaar maakt. Veelgestelde vragen over veilig slapen Wanneer mag mijn baby wel op zijn buik slapen? Zodra je baby zichzelf vlot van de rug op de buik en weer terug kan draaien, meestal ergens rond 5 maanden maar bij de een wat eerder dan bij de ander, hoef je hem ’s nachts niet meer om te draaien. Kiest hij dan zelf voor zijn buik, dan is dat oké. Let in die fase wel extra op een veilig, leeg bedje. Tot die tijd leg je hem steeds op de rug. Is een fopspeen veilig tijdens het slapen? Ja. Een fopspeen tijdens het slapen kan de kans op wiegendood zelfs verkleinen. Geef je borstvoeding, wacht dan tot die goed op gang is, meestal na een week of 3 tot 4. Spuugt je baby de speen tijdens het slapen uit, dan is dat geen probleem, en wil hij helemaal geen speen, dan hoef je niets te forceren. Wat is de 8-10-12 methode, en is die veilig? De 8-10-12 methode is geen advies voor veilig slapen, maar een vorm van slaaptraining. Het idee is dat je bij het inslapen steeds iets langer wacht voordat je je huilende baby troost: eerst 8 minuten, dan 10, dan 12. Het gaat dus over doorslapen, niet over het voorkomen van wiegendood. In Nederland wordt geadviseerd om met dit soort slaaptraining niet eerder dan rond 6 maanden te beginnen, omdat jongere baby’s zichzelf nog niet goed kunnen troosten. Twijfel je? Overleg dan met je consultatiebureau. Helpt een babymonitor of sokje tegen wiegendood? Er bestaan apparaten en sokjes die beloven wiegendood te voorkomen of te waarschuwen bij ademstilstand. Er is geen bewijs dat ze werken, en ze kunnen je een vals gevoel van veiligheid geven. Vertrouw daarom liever op de bewezen adviezen uit dit artikel dan op zo’n apparaat.
Lees verder
Tepelkloven herkennen en tips: zo voed je weer zonder pijn
Voeden zou een van die rustige, warme momentjes moeten zijn. Maar als je tepels pijn doen, zet je je bij elke voeding schrap en zie je het volgende moment misschien al met tegenzin aankomen. Voor wie net begonnen is met borstvoeding of zich er nog op voorbereidt, zijn pijnlijke of kapotte tepels een van de meest voorkomende klachten. Vragen als ‘is deze pijn normaal?’, ‘kan ik wel gewoon doorgaan?’ en ‘gaat dit ooit over?’ horen daarbij. Gelukkig zijn tepelkloven meestal goed te behandelen. Zodra je de oorzaak achterhaalt en aanpakt, kunnen de tepels vaak snel herstellen. In veel gevallen kun je ondertussen gewoon borstvoeding blijven geven. Het is daarbij belangrijk om niet alleen de huid te verzorgen, maar ook te kijken naar bijvoorbeeld de aanlegtechniek en de houding tijdens het voeden. Bij Natalis denken we graag met je mee, met persoonlijk advies en zorgvuldig geselecteerde borstvoedingsproducten die het voeden comfortabeler kunnen maken. In dit artikel lees je hoe je een beginnende tepelkloof herkent, waardoor tepelkloven ontstaan, wat je kunt doen om ze te laten genezen en hoe je nieuwe kloven voorkomt. Wat tepelkloven precies zijn Tepelkloven zijn kleine wondjes of scheurtjes aan of rondom je tepel. Het is eigenlijk een verzamelnaam voor beschadigingen van de tepelhuid, die flink pijn kunnen doen en soms een beetje bloeden. Soms zie je ze meteen, als een scheurtje of wondje met een korstje. Soms merk je ze pas doordat er wat bloed in de melk komt tijdens het voeden of kolven. Je bent zeker niet de enige: tepelkloven zijn een van de meestvoorkomende borstvoedingsklachten, en ze ontstaan meestal in de eerste week, als jij en je baby het aanleggen nog aan het oefenen zijn en je tepels nog moeten wennen aan het voeden. Ze horen bij de drukke eerste periode na de bevalling, waarin je lichaam sowieso volop bezig is met herstellen na de bevalling. Zo herken je een (beginnende) tepelkloof In de eerste dagen dat je voedt, zijn gevoelige tepels heel normaal. Je tepels zijn de zuigkracht van je baby nog niet gewend en onder invloed van hormonen zijn ze wat prikkelbaarder. Ligt je baby goed aan, dan zakt die gevoeligheid meestal snel weg en wordt voeden comfortabel. Borstvoeding hoort namelijk geen pijn te doen. Blijft de pijn tijdens de hele voeding aanhouden, wordt hij juist erger, of voel je ook tussen de voedingen door een stekende of branderige pijn? Dan is er waarschijnlijk sprake van een tepelkloof. Op de tepel of tepelhof zie je dan vaak kleine streepjes, putjes of scheurtjes, soms met een korstje of een beetje bloed. Een veelgebruikte vuistregel: na de eerste 1 tot 2 weken zou voeden niet meer pijnlijk moeten zijn. Houdt de pijn aan, dan is dat een signaal om er iets aan te doen, niet om doorheen te bijten. Hoe ontstaan tepelkloven? Verreweg de belangrijkste oorzaak is dat je baby niet goed aan de borst ligt. Neemt je baby alleen het tepeltje in zijn mondje in plaats van een flinke hap met een deel van de tepelhof erbij, dan komt de tepel te veel vooraan te liggen en schuurt hij tegen het gehemelte. Juist daardoor kunnen kloofjes ontstaan. Zeker in het begin, wanneer jullie samen nog aan het oefenen zijn, kan het aanleggen een keer minder goed gaan. Soms is dat al genoeg om de huid te beschadigen. Toch ligt de oorzaak niet altijd alleen bij de aanlegtechniek. Een te kort tongriempje kan het bijvoorbeeld moeilijker maken voor je baby om goed aan te happen. Ook kolven kan de tepels beschadigen wanneer de zuigkracht te hoog staat of het borstschild niet goed past. Daarnaast maken een droge of gevoelige huid, een slecht zittende bh en zoogkompressen die te lang vochtig blijven de tepels kwetsbaarder. Blijven de klachten aanhouden of zie je witte plekjes in het mondje van je baby, dan kan er sprake zijn van spruw. In dat geval is het belangrijk dat zowel jij als je baby wordt behandeld. Zo laat je een tepelkloof sneller genezen De belangrijkste stap is meteen ook de meest logische: haal de oorzaak weg. Zolang de aanlegtechniek niet klopt, blijven de kloofjes terugkomen, hoe goed je ze ook verzorgt. Laat daarom een lactatiekundige of je kraamverzorgende met je meekijken naar de houding en het aanhappen. Vaak maakt een kleine aanpassing al een wereld van verschil. Naast het aanpakken van de oorzaak kun je het voeden op een aantal manieren minder pijnlijk maken en je tepels wat meer rust geven. Begin bijvoorbeeld met de minst gevoelige borst. Zodra de melk is toegeschoten, kun je je baby aan de pijnlijke kant aanleggen, omdat er dan vaak minder krachtig gezogen hoeft te worden. Het kan daarnaast helpen om vaker en korter te voeden, zodat je baby rustiger drinkt en minder hard aanhapt. Door regelmatig van voedingshouding te wisselen, voorkom je bovendien dat steeds dezelfde plek op de tepel wordt belast. Heb je veel pijn, dan kun je volgens Thuisarts tijdens de borstvoedingsperiode paracetamol gebruiken. Voor de huid zelf werkt vochtige wondgenezing het best. Volgens La Leche League houdt gezuiverde lanoline de tepel soepel, voorkomt het uitdroging en laat het wondje mooier en sneller genezen. Je hoeft de lanoline voor het voeden niet te verwijderen. Hydrogelkompressen kunnen daarnaast verkoeling geven en helpen de wond dicht te laten gaan zonder dat er een korstje ontstaat dat bij het voeden weer openscheurt. Dat betekent niet dat je tepels voortdurend nat moeten blijven. Was ze daarom maximaal één keer per dag met alleen water en gebruik geen zeep, omdat dit de huid verder kan uitdrogen. Vervang natte zoogkompressen op tijd, zodat de huid niet langdurig vochtig blijft en opnieuw geïrriteerd raakt. Blijven voeden of tijdelijk kolven? Je hoeft echt niet meteen te stoppen met borstvoeding, ook al voelt dat soms de enige uitweg. Met de juiste aanpak knappen de meeste tepels binnen een paar dagen alweer op. Krijgt je baby een beetje bloed uit een kloofje binnen en spuugt hij dat later uit? Dat ziet er naar uit, maar het kan geen kwaad voor zijn gezondheid. Is voeden echt te pijnlijk, dan kan tijdelijk kolven met een borstkolf uitkomst bieden. Zo krijgt je baby toch jouw melk uit een flesje en geef je je tepels even rust. Is de ene borst er beter aan toe dan de andere, voed dan aan de minst pijnlijke kant en kolf de andere. Zet de kolf op een zachte stand en let op een goed passend borstschild, want een verkeerde maat of te veel zuigkracht maakt het juist erger. Met de hand kolven is vaak nog zachter voor je tepels. Kolf vaak genoeg om je melkproductie op peil te houden, en leg je baby weer aan zodra de wondjes voldoende genezen zijn. En mocht het je allemaal te veel worden: het is ook oké om te stoppen of over te stappen, als dat de keuze is die bij jou en je baby past. Neem zo’n beslissing rustig, en niet in een opwelling van pijn. Zo voorkom je (nieuwe) tepelkloven Voorkomen begint en eindigt bij goed aanleggen. Zorg dat je baby zijn mondje wijd opent en een grote hap neemt, met de tepel diep in het mondje en een deel van de tepelhof erbij. Zo ligt de tepel achter in de mond, uit de buurt van wrijving. Leg aan op verzoek, dus zodra je baby honger heeft, want een rustige baby hapt netter aan dan een uitgehongerde. Vraag in de eerste dagen gerust hulp bij het aanleggen, bijvoorbeeld aan je kraamverzorgende of verloskundige. Dat is een van de beste investeringen die je kunt doen: een kleine correctie nu voorkomt vaak een hoop pijn later. Wanneer het slim is om hulp te halen Veel tepelkloven los je thuis op, maar soms is een expert erbij verstandig. Blijft de pijn aanhouden, twijfel je over de aanlegtechniek of heb je diepe, bloedende kloven? Dan helpt een lactatiekundige je verder met een grondige blik op de houding en het aanhappen. Ook je verloskundige, kraamverzorgende, het consultatiebureau en het Voedingscentrum kunnen je de weg wijzen. Bel je huisarts wanneer je je grieperig voelt, koorts krijgt of een rode, warme en pijnlijke plek in je borst opmerkt. Dat kunnen signalen zijn van een borstontsteking. Ook bij een vermoeden van spruw is het verstandig om advies te vragen, bijvoorbeeld wanneer je baby witte plekjes in de mond heeft of jij last blijft houden van een stekende pijn. Omdat spruw gemakkelijk kan worden overgedragen, moeten jij en je baby meestal allebei worden behandeld. Merk je dat de pijn ervoor zorgt dat je erg tegen het voeden opziet of dat het invloed heeft op hoe je je voelt? Bespreek dit dan ook met een zorgverlener. Je hoeft hier niet alleen mee te blijven rondlopen. Met een gerust hart verder voeden Tepelkloven voelen op het moment zelf als een flinke drempel, maar met de juiste aanpak, en vooral goed aanleggen, herstellen ze bijna altijd. Zo kun je het voeden weer gaan zien zoals het bedoeld is: een rustig momentje samen. Wees vooral ook lief voor jezelf, want je lijf levert in deze periode topwerk. Kun je wat hulp gebruiken bij de verzorging, of twijfel je welke producten fijn zijn? Onze baby- en kraamartikelen kiezen we zorgvuldig uit op veiligheid en comfort, je krijgt persoonlijk advies van echte mensen in plaats van een chatbot, en als partner van alle Nederlandse zorgverzekeraars zijn we al sinds 1992 een vertrouwd adres in de kraamzorg. Bestel je op een werkdag vóór 14:00 uur, dan gaat je pakket diezelfde dag nog de deur uit, zodat je snel weer comfortabel verder kunt. Veelgestelde vragen over tepelkloven Hoe lang duren tepelkloven? Dat verschilt per situatie. Zodra het aanleggen beter gaat, kan de pijn al binnen een paar dagen afnemen. Een oppervlakkig wondje geneest vaak snel, terwijl een diepe kloof 2 tot 3 weken nodig kan hebben om helemaal dicht te gaan, ook nadat de oorzaak is opgelost. Wat is de beste zalf tegen tepelkloven? Er is geen wonderzalf, want het belangrijkste blijft de oorzaak aanpakken. Als verzorging wordt gezuiverde lanoline het meest gebruikt: die houdt de huid soepel en bevordert de genezing, en je hoeft hem voor het voeden niet te verwijderen. Hydrogelkompressen zijn een fijn alternatief dat ook verkoelt. Helpt een natuurlijk middel tegen tepelkloven? Een paar druppels moedermelk over je tepel wrijven en even laten drogen kan een lichte gevoeligheid verzachten, maar bij een echt wondje doet het weinig. Voor kloven zelf werkt vochtige wondgenezing met lanoline beter. En het allerbelangrijkste natuurlijke middel is en blijft een goede aanlegtechniek. Moet ik doorgaan met kolven als mijn tepels gescheurd zijn? Als voeden te pijnlijk wordt, kun je tijdelijk kolven om je tepels rust te geven en toch melk te blijven geven. Kolf dan wel vaak genoeg om je productie op peil te houden, gebruik een goed passend borstschild op een zachte stand, en leg je baby weer aan zodra de wondjes voldoende genezen zijn. Krijgt mijn baby genoeg voeding als het voeden pijn doet? Meestal wel. Zolang je baby goed drinkt, plast en poept en aankomt, krijgt hij genoeg binnen. Twijfel je, of drinkt je baby duidelijk minder door de pijn? Leg dat dan voor aan je verloskundige, het consultatiebureau of een lactatiekundige.
Lees verder